Belgische Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie en Systeemcounseling
Afbeelding

Reglement van inwendige orde

 

INTERN REGLEMENT BVRGS

Goedgekeurd op de vergadering van het Bestuur van 8 september 2020.

Lid worden van de BVRGS houdt de aanvaarding en de naleving in van het Intern Reglement.

 

  1. Commissies

 

Het bestuur van de BVRGS kan overgaan tot de oprichting van commissies, in functie van de werking van de vereniging. Een commissie is in principe tijdelijk.

Commissies functioneren onder de bevoegdheid en in opdracht van het bestuur en dienen minstens één keer per jaar het verslag van hun werking voor te leggen aan het bestuur. Indien het bestuur dit nodig acht, wordt de werking van de commissie, visie en verder ontwikkeling meer grondig besproken met een afvaardiging van het bestuur.

Elke commissie heeft een verantwoordelijke die de contacten met het bestuur verzorgt.

 

De Commissie Ethiek en Deontologie adviseert over de deontologische code voor de BVRGS die opgenomen is in de statuten met het oog op verder ontwikkelen en actueel houden van de code in functie van de werking van de vereniging.

 

De Commissie Deontologie bestaat uit twee verschillende raden:

  • De adviesraad behandelt deontologische vragen van de leden van de BVRGS;
  • De deontologische commissie behandelt klachten over leden van de BVRGS overeenkomstig de statuten.

 

  1. Werkgroepen

 

Alle leden van de vereniging kunnen werkgroepen oprichten. De doelstelling van werkgroepen moet overeenkomen met de doelstelling van de vereniging, zoals bepaald in de statuten van de vzw.

De verantwoordelijke van elke werkgroep brengt jaarlijks verslag uit bij het bestuur over de werking van het voorbije jaar. Dit verslag is een kort schriftelijk rapport dat kan verwerkt worden in het jaarverslag van de vereniging.

 

  1. Erkenningscriteria voor Opleidingen Systemisch Counseling

 

3.A Duur

 

Een opleiding tot systemisch counselor bestaat uit:

 

  1. een traject van 250 contacturen, gespreid over minimum 2 jaar binnen één opleidingsinstituut (basisopleiding) plus
  2. 25 uur vervolgsupervisie.

 

Deze vervolgsupervisie dient niet noodzakelijk in hetzelfde instituut als de basisopleiding te worden georganiseerd en gevolgd. Het kan een verrijking zijn een ander instituut en werkstijl te leren kennen. Voor elk van de onderdelen (250 u en 25 u) wordt een certificaat afgeleverd waarmee de kandidaten hun BVRGS lidmaatschap kunnen aanvragen.

 

3.B Opbouw

 

Een opleiding systemische counseling vormt een geïntegreerd traject.

 

Met “geïntegreerd” wordt bedoeld:

 

  1. Binnen het systemische model als veranderingskader. Ook individuele counseling binnen het systeem-georiënteerde paradigma behoort tot de mogelijkheden. Andere theoretische inzichten en kaders worden in het systemisch perspectief gekaderd.

 

  1. De eerste 250 uren dienen binnen één instituut te worden gevolgd. De vervolgsupervisie kan bij een ander instituut worden gevolgd. Het kan een verrijking zijn een ander instituut en werkstijl te leren kennen.

 

  1. Binnen een bepaalde termijn: 5 jaar. Deze termijn houdt rekening met de realiteit dat mensen om verschillende redenen hun werk en opleiding onderbreken. Praktijk op de werkvloer tijdens de opleiding is een voorwaarde.

De meeste counselors in dienstverband in de sectoren jongerenwelzijn of gehandicaptenzorg moeten bij zwangerschap de werkvloer verlaten.

Bovendien nemen jonge ouders vaak ouderschapsverlof. Werkloosheid kan er ook zijn om redenen buiten de counselor zelf.

 

  1. Opvolging van het geïntegreerd traject door een team van opleiders. Dit team houdt oog op het groeiproces van elke deelnemer.

 

  1. Het is wenselijk dat in een opleiding de deelnemersgroep constant is, minimum binnen hetzelfde opleidingsjaar. Op die manier kan de groep beter worden gehanteerd als groei-instrument. Cursisten leren van elkaar, kunnen elkaar aanspreken. Een reeks van korte modules in wisselende lesgroepen is dus geen geïntegreerd traject.

 

3.C Onderdelen van een opleiding

 

3.C.1. Mandaat, setting en werkcontext

 

Het mandaat van de counselor wordt bepaald door de werkcontext waarbinnen hij actief is (personen met een handicap, jongerenwelzijn, ouderenzorg). Het gaat om een opleiding die zich richt op een begeleidend psychosociaal mandaat en dus niet op een mandaat als psychotherapeut.

Systemische counselors zijn experts in systemisch persoonsgericht werken binnen hun werkcontext.

 

3.C.2. De theoretische kaders moeten zich hoofdzakelijk situeren in de brede familie van de systeemtheorieën

 

Daarin moet er congruentie zijn met de visie van de BVRGS m.b.t. de opleidingen psychotherapie. Andere theoretische inzichten en kaders worden in het systemisch perspectief gekaderd.

 

3.C.3. Methodische competenties

 

  • Taxatie, hypothese, analyse
  • gepast methodieken inzetten binnen een hypothese en binnen een proces
  • procesmatig werken
  • dialoog
  • de persoon van de counselor passend inzetten in functie van de cliënt
  • oordeelkundig kunnen omspringen met keuzes van de setting
  • voortdurende reflectie over het counselingproces
  • oog voor professionele samenwerkingsverbanden

 

3.C.4. De persoon van de counselor

 

Persoonlijk professioneel proces: sleutelen aan het “zelf” als instrument

 

3.C.5. De opleiding wordt opgebouwd uit

 

  • Theoretisch – technisch kader
  • Persoonlijk werk
  • Supervisie. De supervisie die binnen de eerste 250 uren wordt gegeven vervangt niet de vervolgsupervisie en omgekeerd.
  • De opleiding is procesmatig. Deelnemers maken deel uit van een opleidingsgroep.

 

Alle hierboven genoemde onderdelen moeten zichtbaar in de opleiding aanwezig zijn.

 

3.D. Opleiders

 

De opleiding wordt gedragen door een team van opleiders waarvan de kernopleiders uitgebreide ervaring en expertise hebben in het counselingwerk De opleiding wordt gedragen door een team van opleiders waarvan de opleiders

 

  1. aantoonbare expertise en affiniteit hebben met counselingwerk; dit kan worden aangetoond door werkervaring, publicaties, ...
  2. opgeleid zijn in een systemisch kader, binnen een BVRGS erkend opleidingscentrum
  3. de kwaliteit bewaken: dit betekent een systeem van permanente bijscholing
  4. samen de continuïteit van de opleiding bewaken; dwz dat er geregeld overleg en intervisie plaats heeft
  5. zelf relevante praktijk (gehad) hebben, dit kan bv. ook zijn jarenlange ervaring als extern supervisor aan counselors op de werkvloer.

 

3.E. Opleidingsinstituut

 

Een opleiding is ingebed in een opleidingsinstituut dat borg staat voor de continuïteit van de opleiding en voor de ondersteuning van de opleiding en de opleiders.

 

3.D. Procedure voor erkenning

 

Een opleiding wordt erkend voor een periode van 5 jaar op basis van een dossier waarin volgende onderdelen aanwezig zijn:

 

  1. Opleidingsinstituut

Voorstelling van het opleidingsinstituut. Plaats van de opleiding in de missie van het instituut. Systeem van ondersteuning en zorg voor kwaliteit.

 

  1. Principes en uitgangspunten

 

  • Filosofie
  • Theoretische kaders binnen en buiten de systeembenadering
  • Wetenschappelijke basis

 

  1. Opbouw van de opleiding

 

  • Algemeen overzicht van elk opleidingsjaar (telkens 1 A4) met daarop vermeld: dag / onderwerp / opleider(s) / aantal contacturen
  • Gedetailleerde beschrijving van elke opleidingsdag: inhoud, opleider, gebruikte methodieken, literatuurverwijzingen (max 1A4 per opleidingsdag)
  • Lijst met taken en opdrachten buiten de contacturen
  • Lijst van verplichte en facultatieve literatuur
  • Eventueel onuitgegeven cursusteksten
  • Aantonen dat er procesmatig wordt gewerkt.

 

  1. Evaluatieprocedures

 

  1. Opleidersteam

 

  • Samenstelling van het team
  • CV's, publicaties, ervaring en deskundigheid in een vorm van counselingwerk, bijzondere expertise van de opleiders
  • Systeem van ondersteuning en permanente bijscholing van de opleiders

 

Dit dossier wordt digitaal (pdf) en op papier toegestuurd aan de BVRGS.

De Commissie Counseling verleent binnen 3 maanden na ontvangst van het dossier een advies aan het bestuur.

Het bestuur neemt binnen 4 maanden na de datum van ontvangst een beslissing.

 

De erkenning wordt toegekend aan een team van opleiders in een bepaald opleidingsinstituut. Bij vertrek en/of vervanging van de hoofdopleiders of bij overdracht van de opleiding aan een ander instituut dient een nieuwe aanvraag tot

erkenning te worden ingediend.

 

Na 5 jaar dient het opleidingsinstituut het dossier opnieuw voor te leggen aan de BVRGS.

 

  1. Erkenningscriteria opleidingen Relatie- en Gezinstherapie

 

4.A Voorwaarden.

 

Om erkend te worden door BVRGS zullen de opleidingen aan volgende voorwaarden voldoen:

 

4.A.1:

De opleiding omvat 500 contacturen en is gespreid over vier jaar.

 

4.A.2:

Minstens 50%van de contacturen worden verzorgd via door BVRGS erkende

opleiders.

 

4.A.3:

De opleiding in de relatie en gezinstherapie en systeeminterventie bouwt verder op de voorafgaande klinische ervaring en kennis van de opleidelingen. De opleidelingen beschikken minstens over een basisdiploma op bachelor niveau in de menswetenschappen. De erkenningscriteria voor leden van de BVRGS dienen hierbij tot aanbeveling.

 

4.A.4:

De 500 opleidingsuren worden op evenwichtige wijze verdeeld tussen theoretischtechnische delen, supervisie, leertherapeutische reflecties en persoonlijk werk.

 

4.A.5:

Het praktijk gedeelte reikt de deelnemers relationele vaardigheden aan die noodzakelijk zijn om te kunnen functioneren als Systemische RGT therapeut.

Hiervoor zal het programma minstens aandacht besteden aan:

 

1. Aanleren van vaardigheden

2. Het onder supervisie voorleggen van eigen therapeutisch werk van de opleideling.

 

De supervisie zal minimaal een voldoende aantal uren life supervisie of supervisie op basis van opgenomen materiaal bevatten. (zie 2.A.7.)

 

4.A.6:

De totale tijd die aan het praktijk gedeelte (oefenen van vaardigheden en supervisie) besteed wordt bedraagt minimaal 50% van de opleiding.

 

4.A.7:

Supervisie en life supervisie maakt minimaal 33% van de opleidingstijd uit.

 

4.A.8:

Het theoretische programma is dusdanig opgebouwd dat de basisconcepten, nodig voor een systemische relatie en gezinstherapie, begrepen en toegepast kunnen worden.

 

Volgende onderwerpen moeten op voldoende wijze aan bod komen:

  • Principes van de systeemtheorie.
  • Theorie van de levenscyclus van het individu en van het gezin.
  • Verschillen gezinsvormen en sociale systemen.
  • Psychopathologie, en een systemische kijk op psychopathologie.
  • Modellen van gezins- en relatietherapie.
  • Een systemische kijk op verschillende contexten waar therapie kan plaatsvinden.
  • Modellen van verandering.
  • Filosofische beschouwingen over verandering en stabiliteit.
  • Onderzoek en de wetenschappelijk onderbouwing van de therapie.
  • Ethische, deontologische en therapeutische houdingen en vragen.

 

4.A.9:

Persoonlijk werk:

  • Een belangrijk onderdeel van de opleiding zal aandacht besteden aan het onderkennen en beheren van de persoonlijke betrokkenheid van de opleidelingen in het therapeutische proces.
  • De opleiding zal gericht zijn op het vergroten van het vermogen tot contextuele reflectie en zelfreflectie van de opleidelingen.
  • Aspecten van persoonlijke stijl, eigen geschiedenis en positionering vormen een belangrijk deel van het supervisie en leerproces.

 

4.B Lidmaatschap van BVRGS voor afgestudeerden.

 

4.B.1:

Het volgen van een erkende opleiding geeft enkel recht op lidmaatschap indien de student ook ten persoonlijke titel voldoet aan de door BVRGS gestelde voorwaarden tot lidmaatschap.

 

4.B.2:

De opleidingsinstituten zijn gerechtigd studenten te aanvaarden die niet voldoen aan persoonlijke voorwaarden tot erkenning van BVRGS, doch zij nemen de verantwoordelijkheid om de student bij aanvang van de opleiding in te lichten over deze discrepantie.

 

4.B.3:

De opleidingsinstituten zullen van hun studenten een minimale therapeutisch ervaring (relevante praktijk) vereisen gedurende de duur van de opleiding. De erkenningcriteria van de BVRGS i.v.m. het voeren van een psychotherapeutische praktijk zijn hierbij een richtlijn.

 

4.C Duur van de erkenning.

 

4.C.1:

De erkenning wordt vanaf 01/01/2012 gegeven voor een periode van 8 jaar.

 

4.C.2:

De opleidingen die op 31/12/2011 erkend en actief zijn krijgen deze erkenning een eerste maal automatisch voor vier jaar.

 

4.C.3:

De achtjarige erkenning kan bij aangetoonde tekorten leiden tot een nieuwe evaluatie.

 

4.C.4:

Deze evaluatie kan leiden tot een vraag om het vermoeden van tekorten te weerleggen op vraag van BVRGS. Bij in gebreke blijven kan de erkenning door BVRGS worden herroepen.

 

4.D Titeldrager van de erkenning.

 

4.D.1:

De erkenning wordt verleend aan een constellatie bestaande uit een opleidingsinstituut en een groep van erkende opleiders die samen 50% van de contacturen verzorgen. Deze constellatie veronderstelt dat enerzijds opleiders hun persoonlijke kennis en vaardigheid als opleider voortdurend bijscholen en anderzijds dat opleidingsinstituten investeren in de kwaliteit van de opleiding (het nodige materiaal en middelen ter beschikking stellen) en de bijscholing en navorming van de opleiders.

 

4.D.2:

Bij verandering van inrichtende organisatie moet een nieuwe aanvraag voor erkenning bij de BVRGS voorgelegd worden.

 

4.D.3:

Bij het uitstappen van een of meer van de erkende opleiders dient een nieuwe aanvraag tot erkenning te worden ingediend.

 

4.E Aanvraag tot erkenning.

 

4.E.1:

Een aanvrager dient zijn aanvraag schriftelijk (e-mail) in te dienen via het secretariaat van BVRGS.

 

4.E.2:

De aanvraag zal vergezeld zijn van de nodige documenten om aan te tonen dat voldaan wordt aan de erkenningsvoorwaarden.

De aanvraag omvat:

  • Beschrijving van de organisatie die de opleiding inricht.
  • Een curriculum van de opleiders (klinische en didactische ervaring, therapeutische opleiding(en) en erkenningen ).
  • De verantwoordelijkheden van de verschillende opleiders m.b.t. de inhoudelijke organisatie van de opleiding (welke onderdelen geeft men, wie is hoofdverantwoordelijk, welke taak verdelingen?....etc.)
  • De systeemtherapeutische visie en doelstelling van de opleiding.
  • Een beschrijving van selectiecriteria en selectieprocedure.
  • De criteria die gehanteerd worden voor het bepalen van de ‘relevante praktijk’.
  • Een beschrijving van de opleidingsopbouw en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van de opleiding (zie bovenstaande art.). Aangevuld met wie specifieke opleidingsonderdelen verzorgt en in welke hoedanigheid (bv gastdocent, hoofdopleider, medeopleider…).
  • Schematisch overzicht van de opleiding, per jaar op één A4 pagina met daarop in kolommen:
    • nummer van de dag | opleider(s) | behandeld onderwerp of thema |
    • begin en eindtijd | aantal contacturen (1 uur middagpauze is geen contactuur) |
    • De maximale groepsgrootte.
    • Een beschrijving van de wijze waarop wordt geëvalueerd. Dit betreft evaluaties van de opleiding zelf, maar ook de evaluatie van het leerproces van opleidelingen.
    • De eindtermen van de opleiding.

 

4.E.3:

De aanvraag zal onderwerp zijn van een bespreking in een commissie en voorgelegd worden aan de RvB. Het is de RvB die de finale beslissing neemt.

 

4.E.4:

De RvB zal binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag een antwoord verlenen.

 

4.E.5:

Deze tijd kan verlengd worden indien de RvB bijkomende vragen heeft voor de aanvrager.

 

4.E.6:

Bij goedkeuring wordt de erkenning verleend vanaf de datum van inzenden van de aanvraag.

 

4.F Aanvraag tot vervolg erkenning na verloop van de achtjarige erkenning.

 

4.F.1:

De constellatie van opleidingsinstituut en groep van erkende opleiders neemt zelf het initiatief tot de aanvraag en dient daarvoor een geactualiseerd dossier in. Zij worden eveneens door de BVRGS daartoe uitgenodigd. Dit dossier dient te beantwoorden aan de op het ogenblik van de nieuwe aanvraag geldende voorwaarden.

 

4.G Aanvraag tot vervolgerkenning in een andere constellatie.

 

4.G.1:

Een aanvraag tot vervolgerkenning volgt een eigen procedure.

 

4.G.2:

Indien dezelfde groep opleiders inhoudelijk dezelfde opleiding aanbiedt onder de auspiciën van een andere organisatie dan zijn er volgende mogelijkheden:

  • Indien het oude opleidingsinstituut ophoudt te bestaan dient aangetoond te worden dat de overgang van de studenten op deontologisch correcte wijze geregeld is, en dat de nieuwe organisatie over voldoende basis beschikt om de opleiding minstens vier jaar te organiseren.
  • Indien het oude opleidingsinstituut blijft functioneren dient aangetoond dat zij de opleiding niet verder kan of wil verzorgen.

 

4.G.3:

In geval van betwisting tussen de groep opleiders en het oude opleidingsinstituut vervalt het recht op vervolgerkenning en dient elke opleiding beschouwd te worden als een nieuwe te erkennen opleiding. Hier gelden de voorwaarden van een nieuwe aanvraag.

 

4.G.4:

Indien meer dan een opleider uit de lijst erkende opleiders van de oude opleiding de overstap naar een nieuwe opleiding niet kan of wil maken dient elke aanvraag tot vervolg erkenning opgevat te worden als een nieuw te erkennen opleiding en gelden de voorwaarden van een nieuwe aanvraag.

 

4.G.5:

Indien een opleiding bij eenzelfde instituut verder gezet wordt en indien het quotum van vereiste en BVRGS erkende opleideruren behaald wordt na het vertrek van een opleider, dient enkel dit worden aangetoond om een vervolgerkenning te krijgen.

 

  1. Wetenschappelijk stimuleringsfonds BVRGS - Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Criteria voor erkenning van een Onderzoeksbeurs BVRGS

 

5.A Doel

De BVRGS wil het onderzoek binnen het domein van de relatie- en gezinstherapie stimuleren en ondersteunen. Hiervoor reikt de BVRGS jaarlijks een aantal onderzoeksbeurzen uit.

 

5.B Wie kan aanvragen

De kandidaat dient lid of aspirant-lid te zijn van de BVRGS.

 

5.C Algemene voorwaarden

Leden dienen een gemotiveerde aanvraag te richten naar het BVRGS bestuur. In dit verzoek wordt beschreven voor welke wetenschappelijke activiteit men een financiële tegemoetkoming wenst en motiveert men het belang daarvan voor de systeemtherapeutische praktijk. Het verzoek bevat ook een goed onderbouwde raming van de kosten.

Wetenschappelijke activiteiten, die behoren tot iemands functie of die door andere instanties worden gefinancierd komen niet in aanmerking voor een bijdrage van het wetenschappelijk stimuleringsfonds.

 

5.D Welk onderzoek kan aangevraagd worden

Elk onderzoek binnen het domein van de partner- en gezinspsychologie, van de partnerrelatie- en de gezinstherapie en Systeemtherapie komt in aanmerking voor een aanvraag voor een BVRGS onderzoeksbeurs.

 

5.E Bedrag

Elk jaar worden maximaal 4 onderzoeksbeurzen toegekend. Het bedrag van de toegekende beurs bedraagt minimaal € 500 en maximaal € 1.000.

Per onderzoeksproject kan er hoogstens één BVRGS onderzoeksbeurs worden toegekend.

 

5.F Datum aanvraag

De aanvragen voor een onderzoeksbeurs dienen jaarlijks voor 1 april 17.00 uur ingediend te worden. Zo deze datum op een zaterdag of een zondag valt, wordt de afsluitdatum verdaagd tot de daaropvolgende maandag om 17.00. Om alle kandidaten gelijke kansen te bieden, zullen na deze datum geen aanvullingen meer

aanvaard worden.

Het bestuur van de BVRGS beslist voor 1 juli van dat jaar, dus maximaal drie maanden na de indieningsdatum van het verzoek, of de wetenschappelijke activiteit al dan niet beantwoordt aan de doelstellingen van het fonds en over het eventuele bedrag van de tegemoetkoming.

 

5.G Beoordelingsprocedure en criteria

Criteria:

a. onderzoeksbekwaamheid en –potentieel

b. onderzoeksvaardigheid en –methodologie

c. wetenschappelijke zelfstandigheid

d. originaliteit en vernieuwend karakter van het project

e. haalbaarheid van het project

f. doelgerichtheid van het project

g. kwaliteit van omkadering en begeleiding

 

5.H Procedure:

De aanvraag wordt beoordeeld door een panel van experten, die de kwalificatie van de kandidaat en het onderzoek beoordelen en verslag uitbrengen aan het bestuur.

De toekenning van een onderzoeksbeurs gebeurt door het bestuur.

De aanvraag dient vergezeld te worden van een motivatiebrief met een korte omschrijving van de persoonlijke motivatie, onderzoekservaring, -activiteiten, -interesses en –toekomstplannen.

De BVRGS vraagt een aanbevelingsbrief van een wetenschappelijke promotor (indien aanwezig), die de verbintenis aangaat om de aanvrager degelijk te begeleiden en voor voldoende omkadering te zorgen.

 

5.I Uitbetaling van de onderzoeksbeurs

De onderzoeksbeurs wordt in twee fasen uitbetaald. 50% van de onderzoeksbeurs wordt na toekenning gestort. De resterende 50% wordt gestort na 6 maanden/1jaar na schriftelijk bewijs van voldoende wetenschappelijk output (publicatie, voordracht,....) door de aanvrager. Bij publicatie van het onderzoek dient de BVRGS in dankzegging worden vermeld.

 

5.J Budget

De BVRGS houdt jaarlijks maximum 5 % van de inkomsten via lidgelden vrij voor het ‘Fonds Wetenschappelijk Onderzoek’. Het bestuur bepaalt jaarlijks in de maand januari het bedrag dat aan ‘Onderzoeksbeurzen’ mag besteed worden.

 

5.K Contactgegevens

Wetenschappelijk stimuleringsfonds BVRGS

Secretariaat BVRGS

Berlaarsesteenweg 44

2560 Kessel

of

via mail: [email protected]

Erkende opleidingen RGT/S

1.  Voldoen aan deze voorwaarden

  • Interactie Academie – Antwerpen, Opleiding Systeemtheoretische Psychotherapie
  • IPRR – Mechelen,
  • Korzybski instituut – Oostende,
  • UGent – Gent, Permanente vorming Partnerrelatie-, Gezins- en Systeempsychotherapie,
  • Rapunzel & VUB – Diest, Opleiding Relatie- en Gezinstherapie
  • Context KU Leuven – Leuven, Postgraduaat in de relatie-, gezins- en systeempsychotherapie

2. Voldeden in het verleden aan de voorwaarden maar zijn gestopt met het aanbieden van een opleiding in de RGT/S:

  • Balans contextuele therapie– Gent
  • Centrum voor studie van het gezin – Gent,
  • LIST – Leuven,
  • Opleiding Systeem Psychotherapie - Haacht,
  • Relatiestudio – Gent.
  • Kern - Sint Niklaas
  • Leren over Leven – Antwerpen

Erkende opleidingen SC

1. Voldoen aan deze voorwaarden

  • Interactie Academie – Antwerpen, Leertraject tot systemisch counselor
  • Leren over Leven – Antwerpen, Contextuele hulpverlening
  • Rapunzel – Diest, Contextgerichte zorg, Systemisch werken met individuen, ouders, gezinnen en groepen.

2. Voldeden in het verleden aan de voorwaarden maar zijn gestopt met het aanbieden van een opleiding in de SC:

Balans – Gent

  • Contextuele hulpverlening, begeleiding en counseling
  • Gezinsbegeleiding, Gezinsgericht werken en Gezinscounseling

Kern – Sint Niklaas:

  • Gezinsbegeleiding
  • Contextuele hulpverlening