Erkenningsvoorwaarden

Voor degenen die als lid van de BVRGS erkend willen worden, gelden onderstaande erkenningsvoorwaarden. De voorwaarden betreffen:

1.   relevante psychotherapeutische praktijk

2.   de gevolgde psychotherapieopleiding

3.   de vooropleiding.

De toelatingsvoorwaarden, genoemd onder punt 1, 2 en 3, zijn van toepassing op iedereen die vanaf 1 januari 2011 met zijn of haar psychotherapieopleiding is gestart.

Degenen die hun psychotherapieopleiding startten tussen 1 mei 2010 en 31 december 2010, moeten voldoen aan de criteria genoemd onder punt 1 en 2.
Wat betreft hun vooropleiding gelden de oude erkenningsvoorwaarden. (zie art. 2 RIO)

Voor kandidaat-leden die voor 1 mei 2010 de psychotherapieopleiding startte, gelden de oude erkenningsvoorwaarden.

 

1. Psychotherapeutische praktijk.

Zij die hun psychotherapieopleiding na 1 mei 2010 startten, zullen bij hun aanvraag tot lidmaatschap moeten aantonen dat:

-     Zij minimaal gedurende vier jaar een gesuperviseerde psychotherapeutische praktijk (RGT/systeemtherapie) voeren.

-     In deze vier jaar minimaal 5 cliënten/cliëntsystemen per week zagen.

-     De supervisor een door de BVRGS erkende supervisor betrof.

-     Zij momenteel werkzaam zijn met een psychotherapeutisch mandaat (ook dit met een minimum van 5 cliënten en/of cliëntsystemen per week).

N.B. De gesuperviseerde psychotherapeutische praktijk mag ingaan tijdens de opleiding tot RGT/systeemtherapeut. In dat geval zal de betreffende opleider borg staan voor de supervisie.

 

2. Psychotherapie opleiding.

Enkel afgestudeerden van de erkende opleidingsinstituten die een vierjarige opleiding in de relatie en gezinstherapie/ systeemtherapie met succes voltooiden, komen in aanmerking voor het BVRGS lidmaatschap.

N.B. De door de BVRGS erkende psychotherapieopleidingen vindt u op onze website.

 

3. Vooropleiding

Deze voorwaarden gelden voor alle personen die vanaf 1 januari 2011 een door de BVRGS erkende psychotherapie opleiding zijn gestart.

De aanvragers bezitten een basisdiploma op het niveau van bachelor of master (zie NB punt 1) in de gedrag/menswetenschappen dat voorbereidt op een werk als hulpverlener in de geestelijke gezondheidszorg:

Komen zonder meer in aanmerking:

-     Master in de psychologie

-     Master in de orthopedagogiek

-     Master in de seksuologie en familiale wetenschappen

-     Masters in de geneeskunde, specialisatie psychiatrie.

 

Kandidaten voor het BVRGS lidmaatschap met volgende basisdiploma's in de menswetenschappen hulpverlenende beroepen dienen bijkomend, liefst voorafgaand aan de psychotherapieopleiding basiskennis van ontwikkelingspsychologie, psychopathologie en  psychotherapie te verwerven. Deze kennis dient op masterniveau verworven te zijn of aangetoond te worden door het volgen van extra voorgezette opleiding of aanvullende cursussen. Klik hier voor de aanvullende cursussen.

-     Bachelor in maatschappelijk werk, richting sociaal werk

-     Bachelor in de sociale verpleegkunde

-     Bachelor in de psychiatrische verpleegkunde

-     Bachelor in de orthopedagogie

-     Bachelor in de gezinswetenschappen

-     Bachelor in de toegepaste psychologie, richting klinische psychologie

-     Masters in de huisartsgeneeskunde

-     Masters in de criminologie

-     Master in de pedagogie

Personen met andere basisdiploma's in de menswetenschappen dan de hierboven aangehaalde kunnen eventueel in aanmerking komen voor het BVRGS lidmaatschap. Zij dienen daarvoor aan te tonen dat zij aan de bovenstaande eisen met betrekking tot vooropleiding kunnen voldoen. Zij onderbouwen dit via bijkomende cursussen of opleidingen  en via een gemotiveerd schrijven van hun opleidingsinstituut.

N.B.

Met master en bachelor niveau worden ook die opleidingen bedoeld, die na de Bologna akkoorden gelijkgesteld zijn aan een bachelor of master.  

Bij twijfel over uw keuze gelieve met het BVRGS secretariaat contact op te nemen.