Hope and Despair in Narrative and Family Therapy

Ondertitel: 
Adversity, Forgiveness and Reconciliation
Auteur(s): 
Flaskas, C. e.a. (red.)
Uitgeverij: 
Routledgde
ISBN: 
978-1-58391-769-5
Aantal pagina's: 
178
Bespreking: 

Met dit boek krijgen we een' reader' rond een belangrijk thema: hoop en wanhoop. Het thema is belangrijk omdat het aansluit bij de hoop op verandering die in elk therapeutisch traject besloten ligt. Bovendien zijn hoop én wanhoop belangrijk voor zowel cliënten als therapeuten. Tenslotte is ook uit onderzoek gebleken dat hoop bij de cliënt een belangrijke algemene voorspellende factor voor succes is, die instaat voor zo'n 15% van de totale variantie met betrekking tot resultaat in therapie (p.2).

Dit boek vormt een mooie introductie tot het thema en zowel de theoretische als de meer praktisch georiënteerde artikels hebben veel interessants te bieden. Het boek is verdeeld in drie delen: beschouwingen rond hoop en wanhoop, de confrontatie met tegenspoed: praktijken van hoop, en beschouwingen rond verzoening en vergiffenis.

Het eerste deel begint met een sterk artikel van Kaethe Weingarten. Zij meent dat hoop en wanhoop zich niet alleen manifesteren als een gevoel en een proces binnen een individu, maar ook als een sociale praktijk, iets wat mensen samen doen. De wanhopige mens staat voor de opdracht om weerstand te bieden aan de neiging tot isolement, de getuigen van deze wanhoop staan voor de opdracht weerstand te bieden aan onverschilligheid. Weingarten beklemtoont dat wanneer we ervan overtuigd raken dat niets van wat we willen of ooit wilden nog binnen bereik ligt, we dan juist de hulp van anderen heel erg nodig hebben. In sommige maatschappelijke contexten zijn angst en haat dominant aanwezig en is het voor individuen soms te moeilijk om aan deze angst te weerstaan. Het wordt dan van cruciaal belang om samen weerstand te bieden en zo samen 'hoop te doen'.

Flaskas wijst er in de volgende bijdrage op dat hoop en wanhoop elkaar niet uitsluiten, maar naast elkaar kunnen bestaan. Hoop en wanhoop manifesteren zich in gevoelens, gedachten en acties. Ook kunnen hoop en wanhoop verdeeld zitten over de verschillende leden van een gezin of systeem. Flaskas geeft ook een eerste aanzet tot onderzoek naar hoe hoop en wanhoop hun werk doen in de therapeutische relatie.

Het begrip hoop wordt door Byne en McCarthy gesitueerd in de historische evolutie van een westerse, christelijke traditie tot een seculiere verbeelding. Naast deze historische schets, wordt hier ook een sterk inspirerend praktijkvoorbeeld gegeven met uitreksels uit gesprekken tussen sociale werkers uit de jeugdbescherming en twee ouders, nadat de moeder haar jongste kind van drie maanden had proberen verstikken en dit later aan haar huisarts opbiechtte. De hulpverleners investeerden in een uitgebreide exploratie van de wanhoop en de wanhoopsdaad en de gevolgen er van en dit gaf geleidelijk ruimte aan het ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid.

De tweede groep van bijdragen wordt gepresenteerd onder de titel: 'Tegenspoed aanpakken: hoop in de praktijk brengen'. Mc Goldrick & Hines beschrijven hoop als de verre zijde van wanhoop en illustreren dit met een praktijkvoorbeeld over een familie waarin een volwassen vrouw onthult dat zij als kind door haar grootvader seksueel misbruikt werd. Interessant is hier hoe ook de 82-jarige grootmoeder (grootvader is overleden) hulp krijgt om haar levensgeschiedenis in het licht van deze onthulling te herbekijken en zo een baken van hoop kan worden voor haar dochters en kleinkinderen.

Wade vraagt in zijn artikel 'Wanhoop, verzet, hoop: antwoord-gerichte therapie met slachtoffers van geweld' aandacht voor de rol van de taal die in therapie gebruikt wordt. Hij schetst de voordelen van taal gericht op de antwoorden en reacties van slachtoffers tegenover taal die de nadruk legt op de effecten van het geweld (symptomen). Zo bevraagt hij cliënten uitgebreid over hun reacties op het geweld in termen van gedrag, gevoelens en waarden en zoekt hij met hen naar hun manieren van verzet. Hij is ook heel alert op verbloemende taal bij de pleger van geweld.

Hoe (ex-)cliënten via brieven hun wijsheid (als de weergave van de resultaten van ervaring) kunnen delen met andere cliënten en op die manier hoop genereren, wordt door Ingram, Jenny en Perlesz beschreven. Cliënten kunnen geïnspireerd geraken en zich verbonden voelen met anderen en zijn op die manier niet langer geïsoleerd in hun lijden.

Ook in de volgende twee hoofdstukken van Shuda en Madigan staan geschreven teksten centraal. Er wordt onder meer stilgestaan bij de verslagen die voor vele cliënten deel uitmaken van hun dossier. Het expliciet opnemen en benoemen van diagnoses kan een verlammend effect hebben op het behouden van hoop bij zowel cliënten als therapeuten.

Deel  twee eindigt met een bijdrage over traumawerk in de context van het vredesproces in Noord-Ierland.

Deel drie van dit boek begint met een bijdrage van James die onderzoekt  hoe de begrippen vergiffenis en verantwoordelijkheid in de gezinstherapeutische literatuur voorkomen.  Wat blijkt? Behalve in teksten die handelen over misbruik van kinderen of huiselijk geweld, ligt de nadruk vooral op  het helpen 'vergeven' door slachtoffers. James pleit dan ook voor voorzichtigheid in het aansturen op vergiffenis. We moeten absoluut rekening houden met de ernst van het trauma, de kans op herhaling van het trauma door de dader, de veiligheid van het slachtoffer en de machtsverschillen tussen dader en slachtoffer.

Tomm en Govier sluiten hierbij aan in hun artikel over het belang van de erkenning door de dader van zijn verantwoordelijkheid. Zij exploreren wat erkenning kan inhouden, welke vormen er bestaan en wat de gevolgen zijn als erkenning niet gegeven en gekregen wordt.

Dat slachtoffers vaak nog lang wraakgevoelens en wraakgedachten ervaren, wordt door Jones beschreven in haar artikel 'Verder gaan: vergiffenis, wraak en verzoening'.Zij bekijkt hoe therapeuten hun cliënten hiermee kunnen helpen. Zij refereert ook naar geïnstitutionaliseerde manieren om verzoening te bekomen zoals in de Zuid-Afrikaanse verzoeningscommissie en in het Clywch onderzoek in Wales.

Afsluiter is tenslotte een eerder theoretisch artikel van Sheenan over vergiffenis en vergeten. Hij beschrijft de visie van Ricoeur op de verbinding van de toekomstprojecten uit het verleden met het ontstaan van hoop.

Dit boek is uiteindelijk een gevarieerde en boeiende reader geworden met heel wat inspirerende beschouwingen en praktijkbeschrijvingen. Ik ben er zelf mee aan de slag gegaan en kan het van harte aanbevelen!

 

Betty Van Dyck